People's Communication Charter

| ENGELS | FRANS | ITALIAANS | DUITS | SPAANS |

Wij, de ondertekenaars van dit handvest, verklaren het volgende:

Communicatie is van fundamenteel belang voor alle mensen en voor de gemeenschappen waarin zij leven. Daarom heeft iedereen het recht op onafhankelijke, veelzijdige en betrouwbare informatievoorziening, betaalbare en eenvoudige toegang tot communicatiemiddelen en de bescherming van fundamentele culturele rechten. Om de realisering hiervan te bevorderen, ondertekenen wij dit handvest. Wij geven hiermee aan te streven naar een duurzaam en democratisch cultureel milieu.

hoe het tot stand kwam
Het Communicatie Handvest van de Burger

Artikel 1. Respect.

Bij het verspreiden, verzamelen, ontvangen en uitwisselen van informatie, meningen en denkbeelden, dient steeds voorop te staan dat de rechten van de mens worden gerespecteerd.

Artikel 2. Vrijheid.

Iedereen heeft recht op de beschikking over communicatiemiddelen die onafhankelijk zijn van de belangen van overheden of commerciële ondernemingen.

Artikel 3. Toegang.

Om hun rechten te kunnen uitoefenen, moeten mensen een eerlijke en billijke toegang tot lokale en mondiale media hebben, teneinde meningen, informatie en ideeën in een -voor hen- gangbare taal te ontvangen; om verschillende culturele produkten, die voor verschillende smaken en interesses ontworpen zijn te ontvangen en om open toegang te hebben tot volledige informatie over eigendom, zeggenschap en besluitvorming in de media. Beperking van de toegang van informatie is alleen toelaatbaar wanneer sprake is van een goede en dwingende reden zoals wanneer de rechten van de mens worden geschonden of wanneer de beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving.

lopende zaken
agenda voor actie
sign
Artikel 4. Onafhankelijkheid.

De verwerkelijking van het mensenrecht om deel te nemen aan, bij te dragen tot en voordeel te hebben van de ontwikkeling van onafhankelijke communicatiestructuren heeft nationale en internationale steun nodig. Dit houdt in het steunen van de ontwikkeling van onafhankelijke media; training voor professionele media werknemers; de ontwikkeling van onafhankelijke en representatieve media vakorganisaties, en vakbonden en de ontwikkeling en aanvaarding van internationale professionele kwaliteitseisen.

Artikel 5. Alfabetisme.

Iedereen heeft het recht de kennis en vaardigheid te verwerven om volledig deel te nemen aan de openbare communicatie. Dit betekent de ontwikkeling van de vaardigheid in lezen, schrijven, verhalen vertellen; een kritisch media bewustzijn; computer alfabetisme en onderwijs over de rol van communicatie in de samenleving.

Artikel 6. Bescherming van journalisten.

Journalisten moeten volledig beschermd worden door de wet, inclusief het internationale humanitaire recht, in het bijzonder in gebieden van gewapend conflict. Ze moeten veilige en volledige toegang hebben tot informatiebronnen en moeten zonodig rechtsbescherming kunnen zoeken met behulp van de internationale gemeenschap.

Artikel 7. Recht op antwoord en rectificatie.

Iedereen heeft het recht op antwoord en mag compensatie eisen voor schade veroorzaakt door misleidende informatie in de media. De betreffende personen moeten de mogelijkheid hebben om uitspraken die op hen betrekking hebben en waarbij zij een gerechtvaardigd belang tot rectificatie hebben, onverwijld te laten corrigeren. Correcties moeten even prominent gepubliceerd worden als de oorspornkelijke uitlating. Overheden moeten boetes opleggen wanneer een gerechtshof heeft geoordeeld dat sprake is van bewezen schade en dat de informatie aanbieder met opzet onjuiste, misleidende of schadelijke informatie heeft verspreid.

Artikel 8. Culturele identiteit.

Iedereen het recht op bescherming van zijn of haar culturele identiteit. Dit betekent dat expressies van die culturele eigenheid in vrijheid plaats vinden en door anderen worden gerespecteerd. Uitingen van de eigen culturele identiteit kunnen slechts beperkt worden indien zij andere bepalingen uit dit handvest schenden.

Artikel 9.. Diversiteit van talen.

Iedereen heeft het recht zich te uiten en toegang te hebben tot informatie in de eigen taal. Iedereen heeft er recht op dat de eigen taal in openbare onderwijsinstellingen wordt gebruikt en het recht om, waar nodig, geschikte voorzieningen te creeeren voor de talen van minderheden.

Artikel 10. Deelname in besluitvorming.

Iedereen heeft het recht om deel te nemen in de politieke besluitvorming inzake de voorziening van informatie; de ontwikkeling en het gebruik van kennis; het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van cultuur; de keuze en toepassing van communicatie technologieën en de structuur en het beleid van de media-industrie.

Artikel 11. Rechten van kinderen.

Kinderen hebben het recht op massa media produkten, die ontwikkeld zijn om hun behoeften en interesses tegemoet te komen en hun gezonde psychische, lichamelijke en emotionele ontwikkeling te bevorderen. Ze moeten beschermd worden tegen schadelijke media produkten en tegen commerciële vormen van uitbuiting zowel thuis als op school en speelplaatsen. Overheden moeten stappen ondernemen om kwalitatief hoogstaande culturele en ontspannende programmas, publikaties en computerspelletjes te distribueren die speciaal geproduceerd worden voor kinderen en die toegankelijk zijn in hun eigen talen.

Artikel 12. Cyberspace.

Iedereen heeft gelijkelijk het recht tot toegang van cyberspace. Ieders recht op het gebruik van een open cyberspace, op de vrijheid tot elektronische meningsuiting en de vrijwaring tegen elektronisch toezicht en misbruik moet worden beschermd.

Artikel 13. Privacy.

Iedereen heeft het recht om beschermd te worden tegen de ongeautoriseerde publikatie van irrelevante beschuldigingen; de publikatie van prive foto's of van andere vormen van prive communicatie of persoonlijke informatie in vertrouwen gegeven of ontvangen. Gegevensbestanden die gebaseerd zijn op persoonlijke gegevens of data ontleend aan de werksituaties of handels en financiele transacties mogen niet zonder toestemming van de betrokkenen gebruikt worden voor commerciele belangen of vormen van partikulier of overheidstoezicht. Landen moeten er echter voor zorgen dat de bescherming van de privacy niet dan in uitzonderlijke situaties het beginsel van de vrijheid van meningsuiting schendt.

Artikel 14. Geweld.

Van de media mag geeist worden dat zij zich actief verzetten tegen elke vorm van ophitsing tot geweld en ethnisch conflict en tegen alle vormen van haat-propaganda op grond van ras, geslacht, of nationaliteit. Geweld moet nooit als normaal, "macho" of vermakelijk worden gepresenteerd in programmas en publikaties. Daarentegen moeten de media de werkelijke gevolgen van de uitoefening van geweld en alternatieven voor gewelddadige oplossingen van conflicten laten zien. Ook anderen vormen van geweld tegen de menselijke waardigheid en integriteit moeten worden vermeden. Zoals de stereotiepe beelden die de realiteit en complexiteit van levens vervormen. De media moeten vermijden dat mensen op grond van hun sexe, ras, klasse, nationaliteit, taal, sexuele geaardheid of lichamelijke of geestelijke gesteldheid belachelijk worden gemaakt, gebrandmerkt of gedemoniseerd worden.

Artikel 15. Rechtvaardigheid.

Van de media mag worden geeist dat zij bij de verslaggeving van rechtszaken de normen van een eerlijke rechtsgang respecteren. Dit houdt in dat de media niemand schuldig mogen verklaren totdat een rechtbank het schuldig heeft uitgesproken. Bovendien mogen zij geen inbreuk maken op de privacy van beschuldigde personen of andere bij een rechtszaak betrokkenen. Gedurende een rechtszaak mogen TV-beelden daarvan niet worden uitgezonden.

Artikel 16. Consumenten Informatie.

Iedereen heeft het recht op bruikbare en feitelijke consumenten informatie en moet beschermd worden tegen misleidende reclame. De media moeten reclame die gepresenteerd wordt als nieuws of amusement vermijden als ook de reclame voor ecologisch schadelijke produkten. Met name reclame gericht op kinderen verdient kritische aandacht.

Artikel 17. Aansprakelijkheid.

De ondertekenaars van het Handvest zullen al diegenen die verantwoordelijk zijn voor de verspreiding, het verzamelen, de ontvangst, en het uitwisselen van informatie, meningen en ideeen in hun samenleving aansprakelijk stellen voor de naleving van de beginselen van dit Handvest.

Artikel 18. Uitvoering.

In overleg met degenen die het Handvest ondertekenen, zullen nationaal en internationaal- afspraken worden gemaakt om het Handvest in zoveel mogelijk landen en talen te publiceren en bewegingen te organiseren die de naleving van het Handvest kunnen controleren, klachten over schendingen van het Handvest kunnen behandelen, advies uitbrengen over passende maatregelen bij gebleken juistheid van de klachten, procedures voor periodieke inspectie te ontwikkelen en de verdere verandering en verbetering van het Handvest kunnen ontwikkelen.

LITERATUUR

ANNEX

PCC, p/a Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media, Nieuwmarkt 4, 1012 CR Amsterdam, tel: 020-5579898, fax: 020-5579880 pccmaster@waag.org, gironummer Postbank: 62 17 066 t.n.v. ISOVE/PCC

mailinglist
teken
tekenaars
hoe het tot stand kwam
lopende zaken
agenda voor actie
links
mailinglist
teken
tekenaars
hoe het tot stand kwam
lopende zaken
agenda voor actie
links
mailinglist
teken
tekenaars